zondag 26 juli 2015

Een rondje Snaefellsnes.



Dag 13 en14

Stykkishólmur

Als ik dit stukje schrijf zitten we lekker op zondagochtend bij een benzine station aan de koffie samen met gepensioneerden en mensen die op zondag moeten werken!!

De koffie is er goedkoop en de afstandsbediening van de tv ligt op een tafel zodat de pensionado’s zelf de zender en het geluidsniveau kunnen bepalen.
We beginnen vandaag met 79 km gravel road en die is op sommige stukken van een niet al te beste kwaliteit. Met een gangetje tussen de 40 en 60 km per uur hobbelen we langs mooie vergezichten en een schitterend bergmassief. Na drie kwartier komen we bij een passage waar aan de weg gewerkt wordt en kunnen we eens met eigen ogen kijken hoe zo’n weg wordt gerepareerd. Een voertuig sproeit water en de tweede schraapt vanuit de kant wat grond de weg op tot ongeveer het midden van de weg. Nummer drie heeft een soort trilmachine achter een tractor en klaar is Kees. Fascinerend is dat het verkeer, ongeveer 4 auto’s per uur, gewoon door gaat en de auto’s er met een compleet modderbad van af komen.
Na twee uur zijn we in Stykkishólmur op een enorme grote camping bij een golfbaan.
Er is wat activiteit met vertrekkende gasten en we kijken vast of we een mooi plaatsje kunnen vinden voor de komende dagen en dat lukt. De tent wordt ingericht voor een verblijf van minimaal 3 nachten omdat nog steeds de weerberichten uit de West fjorden erg koud zijn en er in het zuiden nog al eens een buitje valt. Het beste weer van deze drie is op het schiereiland Snaefellsnes.
Na een paar uur is er een extreem verhoogde activiteit op de camping. Het begint er op te lijken dat heel IJsland heeft zitten wachten op de zonnige dagen die ons in het vooruitzicht zijn gesteld.


Naast ons zien we een klein tentje tegen de struiken staan. Het is van een backpacker. Als ze even later weg gaat, waarschijnlijk voor een kop koffie of even haar internet checken, komt er een Europeaan, nationaliteit onbekend, die zijn tent ongeveer met de haringen in de 
minitent van het meisje poot en hij kijkt daarbij of het de normaalste zaak van de wereld is.
Even later komt de een na de ander met een vouwwagen of caravan de camping op. Een plaatsje aanwijzen is niet nodig, je kijkt of er nog ergens een gaatje is en plant hem neer.
Families zetten het spul meestal in een carré vorm zodat ze lekker beschut van hun grill party kunnen genieten. De IJslander houdt daarbij wel rekening met de buren of gaat in overleg met elkaar over wat pas-en meetwerk.
Als we na de avondwandeling terug komen is de camping compleet afgeladen. Er kan geen tent meer tussen! Het is duidelijk dat ook in IJsland de schoolvakantie is begonnen.

We gaan vandaag een tocht over het schiereiland maken met als hoogtepunt de klim naar de gletsjer van de Snaefjelljökull. Over een pad van ongeveer tien kilometer, met veel losliggende stenen en gruis, gaan we naar het hoogst mogelijke punt. Normaal moet het kunnen om er aan de andere kant weer naar beneden te rijden maar door de late sneeuwval en kou blijkt dat nu niet mogelijk.






Het laatste stuk gaat het door muren van sneeuw van wel tweemeter hoogte. 
Het resultaat is een adembenemend uitzicht.










We hebben bij de toeristen informatie te horen gekregen dat we ook Hellnar niet mogen overslaan. We hebben er geen verstand van maar hier kun je “bird watcher” worden. Er zijn rotsen en kliffen die vanuit zee oprijzen die het middelpunt van veel vogelkolonies zijn.


De temperatuur is geweldig vandaag, we hebben de 15 graden dik gehaald.
Na een tocht van 9 uur zij we terug op de camping waar overal de visjes en het vlees liggen de spetteren op de bbq. Alweer een einde aan een geweldige dag!!



En nu ook nog even de auto ontdoen van wat klei, na een dag is het zo hard als beton!!
Morgen richting de West fjorden met de boot of over de weg dat ligt aan het weer.


       


vrijdag 24 juli 2015

Van Hvammstangi naar Búdardalur.



Dag 12

Laat in de middag van dag 11 gaan we nog even aan de koffie bij de plaatselijke benzinepomp annex koffiebar en supermarkt.
Het is werkelijk super koud, iedereen loopt met ijsmutsen en wanten om een beetje warm te blijven.
Dan stopt bij de benzinepomp een tweetal campers die wij de vorige nacht ook al op onze camping hebben gezien. Het is een deel van 15 stuks die op rondreis zijn.
Een mevrouw van de camper komt met een rood hoofd binnen en begint in het Italiaans van alles uit te kramen tegen de dame achter de kassa die haar stomverbaasd aankijkt en de schouders ophaalt en haar totaal niet verstaat.
Het gaat er over dat ze brandstof voor de camper wil. Maar in IJsland moet je dat zelf doen met een creditcard en daar zit hem de clou. De Italianen hebben daar weinig kaas van gegeten. Ze kunnen geen IJslands lezen en vergeten dat het systeem ook op de Engelse taal kan worden ingesteld.
Met heel veel handgebaren krijgt ze de kassière mee naar buiten die het nogmaals geduldig uitlegt maar het gaat niet van harte. Na ongeveer een kwartier is camper 1 voorzien van brandstof en is nummer 2 aan de beurt. Weer hetzelfde ritueel. Ze begrijpen niet hoe je een pincode moet invoeren. Ook de man van camper 2 vraagt de kassière mee naar buiten te komen om het aan de pomp nogmaals uit te leggen. De kassière gaat weer braaf mee en ook dit duurt alles bij elkaar dik een kwartier.
Het is eigenlijk simpel. Eerst de kortingskaart activeren, die krijg je bij de Orkan benzine pompen, en dan je creditcard er in, pincode invoeren, het bedrag wat je wil tanken (bij ons is dat meestal 5000 kronen) tankslang pakken en tanken tot de pomp vanzelf afslaat, precies op het gevraagde bedrag.
Wij zijn de eerste keer ook geholpen, maar daarna hadden we het door.
Wij zeggen tegen de kassière, die blauw van de kou zit bij te komen, dat ze geluk heeft dat het maar twee campers zijn, want hun hele club bestaat uit 15 campers.
We zijn nog niet uitgesproken of de volgende drie campers staan voor de pomp en ja hoor, ook dit keer moet ze weer mee naar buiten.
Na camper 6 en 7 komt ze naar binnen, zegt wat in het IJslands, trekt haar jas aan en groet de collega’s. Ze was helemaal klaar met de Italianen! Terloops vraagt ze aan ons waar wij vandaan komen. Uit Holland zeggen we. Ze slaakt een zucht en zegt “gelukkig!”
Terug op de camping is het er al lekker vol gelopen veel kleine tentjes en uiteraard de 15 campers met een I (talië) en nog wat Fransen.
De ruimte op deze camping is heerlijk ruim. Er is internet aanwezig in een ruimte die ook nog eens verwarmt is. Als we ‘s avonds terug komen om nog naar de weersvoorspelling te kijken is het er gezellig druk met allerlei mensen die hun potje staan te koken.
Maar van de Italianen geen spoor, die zijn al met de kippen op stok.
We kijken even en leggen de route een beetje om. De weersvoorspelling voor de west fjorden zijn ronduit beroerd, van 1 tot 5 graden. Dat is erg fris, dus kiezen we er voor een stukje naar het zuiden te zakken.


En dat doen we dan ook de volgende dag. Het gaat richting Reykjavik. 100 km ervoor slaan we af naar de westkust waar we een camping vinden die gunstig ligt om van hier uit een aantal dagtochten te maken landinwaarts en naar het schiereiland Vesturland.
Om twaalf uur staat alles weer keurig en gaan we richting de Langjökull gletsjer. Een prachtige tocht over een mooie pas.

Dan rijden we een dal binnen waar weer van alles te zien is. Onder andere stomende heetwaterbronnen met een temperatuur van 100 graden! Heel bizar dat het zomaar omhoog borrelt op verschillende plekken.
En ook weer een waterval die het aankijken meer dan waard is. Daarna stoppen we bij het infocenter van Reykholt waar we worden gewezen op de vele mogelijkheden die dit deel van IJsland te bieden heeft. Verder gaan we naar Húsafell waar we informeren naar het nieuwste snufje van “hoe vermaak ik de toerist”.

Er is een ijstunnel geboord in de gletsjer van ruim 8oo m lengte. Daar kun je in met en soort monstertruck en uiteindelijk kom je er op de top van de gletsjer weer uit. Het schijnt adembenemend mooi te zijn. Er zijn ruimtes in de gletsjer waar je bijvoorbeeld kunt trouwen en er is ook een tentoonstelling ingericht.
Wij hebben er wel oren naar, als we terug komen uit de west fjorden, om ons eens te laten rondrijden met zo’n truck.

Om zes uur zijn we weer op de camping en gaan weer achter de pannen voor een lekker maaltijd.


woensdag 22 juli 2015

Relax dag met hotpot en sauna.



Dag 9 en 10

Eindelijk is het weer droog na 40 uur en dat is lekker om op te breken. Alles is nog wel kletsnat maar met een paar plastic zakken kunnen we de spullen zo uitsplitsen dat de binnentent en nog wat ander spul droog meegaan.
Renée maakt een run richting douche om net voordat iedereen hier wakker wordt een cabine te bemachtigen.



Het is waanzinnig druk op campings die aan de ringweg liggen. Alle bussen die vanaf Reykjavik komen stoppen alleen maar aan deze weg. Dus alle passagiers en backpackers lopen dan naar de dichtst bij zijnde camping en ook de tour organisaties leveren hun klanten af in een hostel of camping zo dicht mogelijk bij rondweg 1.
De toeloop is massaal in dit jaargetijde wat als zomer wordt aangeduid, maar het deze keer niet is. Zelfs de IJslander klaagt steen en been dat het dit keer wel heel bizar koud en nat is. De een zegt dat het in tien jaar niet zo slecht is geweest en de ander heeft het zelfs over 20 jaar. En zij menen dat oprecht, het is van hen geen smoesje.
De droog föhn bij de toiletten op de campings maakt overuren, geen moment is hij onbezet. Als je van het toilet komt en je handen wast wordt er vanuit gegaan dat je je handen buiten laat opdrogen want de föhn is en blijft bezet voor het drogen van handschoenen, kleding en handdoeken.
Vooral de jongere backpackers hebben het zwaar te verduren. De meesten hebben niet al teveel kleding bij zich en hebben de hele nacht liggen klapperen van de kou in de kleine tentjes.




Om half negen gaan we richting Akureyri, de op een na grootste stad op IJsland.
Het is ongeveer 100 km van Myvatn. Onderweg is veel te zien, uiteraard ook een waterval: de Godafoss.







Als we om half elf Akureyri binnen rijden is het gelukkig nog droog en gaan we gelijk de bezienswaardigheden bekijken waaronder de kerk, de winkelstraten en de public library waar we gratis gebruik kunnen maken van internet en mooi de blog kunnen plaatsen van dag 8.





We vervolgen onze weg richting Saudárkrókur. Onderweg vinden we nog een historisch boerderij complex, Glaumbaer, dat zeer de moeite waard is alleen al om te zien hoe deze plaggenhutten gebouwd zijn en tot 1947 zelfs bewoond waren.



De volgende plaats op onze route is Saudárkrókur waar we de tent opslaan voor de overnachting. Als we op de camping aankomen zijn we de eerste en voorlopig enige passanten. Na een uur komt er nog een Nederlandse camper en een paar Italiaanse fietsers op het veld. De fietsers vragen ons hoe het gaat met betalen van de plaats. We leggen uit dat er in de avond wel iemand langs komt om het geld te innen of je campingcard aan te kruisen.

We zien dat de Italiaanse fietsster al behoorlijk gehavend is met schaafwonden in het gezicht en ze loopt ook niet al te gemakkelijk. Ik heb wel met ze te doen De harde wind en regen maken het geheel niet tot een pleziertochtje.
Als we terug komen van een rondje door het dorp zien we dat we buren hebben gekregen. Nu is de camping wel twee voetbalvelden groot maar de twee jonge mannen staan bijna bij ons binnen geparkeerd. Toch een beetje raar als er zoveel plek is. Het lijkt er ook op dat kamperen niet tot de meest favoriete bezigheid van de twee is gezien de spectaculaire tijd die ze uit trekken om hun mini dome-tentje op te zetten.
Maar we kunnen ook niet allemaal “super kampeerders” zijn!
Er ligt vanavond weer een heerlijk stukje zalm te pruttelen in de pan en dat met gele rijst en witte bonen; het diner is in ieder geval uitstekend.
Om tien uur duiken we onze mand in en proberen de slaap te pakken. Maar om half elf komt er nog een laatbloeier de camping op getoerd en parkeert pal aan de ander kant van onze tent. Zo staan we toch nog lekker kortjes bij dichtjes.
Na een half uurtje hameren is ook deze gast klaar en gaan wij nogmaals proberen Klaas vaak met een bezoek te vereren.
Om 4 uur in de ochtend zit ik kaars rechtop in de tent. Ik hoor op dit uur de auto van onze buurman starten, dat is een vroege vogel.
Na een minuut of vier denk ik er over de man met een bezoekje te vereren en te vragen of hij eventueel de auto ook weer kan uitzetten. Als ik de tent open maak zie ik de jonge man achter het stuur zitten met zijn bivakmuts op, klapperend van de kou.
Ik vraag dringend of de motor uit mag omdat wij nog wel een paar uurtjes willen knorren en dat mag, dus dat valt niet tegen.
‘s Morgens ontmoet ik de jongen weer en vraag hem of hij weet hoe gevaarlijk het is om met je uitlaat van de auto in een tent te gaan staan blazen.
Nee dat wist hij niet. Ik had het zo koud dat ik dacht: ik ga lekker in de auto zitten om een beetje warm te worden. Ik heb hem uitgelegd dat zijn maatje wel dood had kunnen zijn door hem van zo dichtbij te bestoken met uitlaatgassen. Hij kijkt mij vragend aan en schudt zijn hoofd van nee. Wij zijn fietsers uit Spanje en hebben uit nood een auto gehuurd omdat het weer zo slecht is. We hebben ook niet al teveel spullen mee en nog sorry voor vannacht, zegt hij. Ik zeg dat het geen probleem voor ons is en wees maar blij dat je maatje nog leeft.
Wij wensen de jongens nog een goeie reis en een fijne vakantie.


Zelf gaan we na het ontbijt richting twee thermaal bronnen die hier in de buurt moeten zijn. De tip hebben we van een paar jongens uit Slowakije. We moeten wel 16 km over een vreselijke slechte weg om uiteindelijk de twee bronnen te vinden.
Na een half uur hotsen en botsen kom we op een wel heel fraaie locatie, ver van de bewoonde wereld, een klein paradijsje.
We drinken eerst een bakkie en dan gaat het richting het bad van 42 graden.
Het is echt absurd. Op een afstand van nog geen drie meter van de Atlantische oceaan twee zulke bronnen.






We genieten samen met nog vier Fransen van dit spektakel en dobberen heerlijk een uurtje in de poel buiten waar het op dit moment 5 graden is. Top.


Eind van de middag wacht ons nog een evenement: een sauna. Om een uur of vier melden we ons bij de receptie en betalen ongeveer € 9.50 voor 2 personen.
Dan kun je gebruik maken van alle faciliteiten die het bad te bieden heeft zoals een Whirlpool van 42 en een van 39 graden, het zwembad, de infrarood sauna en een Finse sauna plus gratis koffie en krachthonk maar daar doen wij gespierde spijkers niet meer aan.Na een uurtje of 3 sluiten we de dag af met een lekkere vis en chips bij het Hard Wok Café. Morgen gaat het nog verder richting de West Fjorden.

Dag 11

Om 6.15 uur staan we op. Lekker vroeg want het is tenslotte vakantie en dan moet je wat aan de dag hebben.
Deze keer alles lekker droog inpakken! De temperatuur meter geeft al 8 graden aan wat een luxe!
Om 8.15 uur vertrekken we naar Blönduós, een plaats aan de andere kant van het fjord. Het is zo’n 60 km; heerlijk rijden met een gangetje van 90 km per uur.
Als we in de plaats komen gaan we eerst aan de koffie en daarna naar de super voor een lekker vers brood.
Op naar de volgende plaats Hvammstangi, nog zo’n 62 km. Een prachtige route langs een van de rivieren die vol met zalm zit en zeer geliefd is bij de vissers.


Op een gegeven moment komen we op een kruispunt wat heel herkenbaar is voor ons. We kijken elkaar aan en schieten in de lach.
We zijn bijna weer terug bij ons uitgangspunt van vanmorgen!! Even een klein oriënteringsprobleem, dus moeten we terug. 104 km voor Jan Joker! Er is op IJsland nauwelijks een weg maar wij zien kans om verkeerd te rijden J.
Waarschijnlijk zijn we verwend met de Tom Tom de laatste jaren, maar alles komt goed. We draaien om en gaan weer terug naar de mooie zalmrivier en volgen weg nummer 1 tot de afslag Hvammstangi. Na zes km zijn we op camping nummer 5 in zeven dagen.

Vanmiddag de blog bijwerken en morgen goed gemutst opnieuw op pad.  

maandag 20 juli 2015

Vanuit Akureyri.


Eerst even een paar extra slaapsokken gescoord.  

Dag 8

Vannacht om half twee word ik wakker van een soort vliegende storm. Het regent pijpenstelen en dat al sinds afgelopen middag 13.00 uur. Vanaf nu hebben we alleen nog maar hazenslaapjes. Het is koud en het stormt. Dit zijn geen ingrediënten voor een gezonde nachtrust .
Om half zeven overleggen we wat we doen: opbreken of blijven. De weersvoorspellingen zijn ronduit beroerd voor de komende dagen, veel regen en vooral erg koud. Volgens de IJslanders is het de laatste tien jaar niet meer zo koud geweest. En wij dachten dat het vooral hier in het noorden de normale temperaturen waren. Maar we doen het er mee. Regenpak aan en gaan met die banaan. De excursies die we gepland hebben gaan gewoon door.
Van het nationaalpark Àsbergi gaan we richting Húsavik waar vandaag niet veel mensen staan te wachten om naar de walvissen te gaan kijken met windkracht 8.
Er loopt een enkeling in de haven, hooguit een man of vijf.
We rijden door en gaan op zoek naar een camping. Bij de eerste zakken we tot de assen in de klei en bij nummer twee moeten we al onze spullen naar een veld sjouwen en bij dit weer vinden we dat ook geen optie.
Dan eerst maar een visje scoren voor vanavond in Reykjahild waar de supermarkt op zondag open is en naar het visitor center voor info over het Myvatn meer. En daar zien we een mooi camping schuin aan de overkant met een leuke plaats, omringd door bosjes zodat we enigszins uit de wind staan.



Bingo! Mooi uit de wind maar nog wel met een spatje regen en een vlokje sneeuw!
We bouwen het hele spul weer op, nemen een lekkere lunch en gaan op tour rond het Myvatn meer.


De wereld lijkt hier inderdaad op Mars. Allerlei verschillende kleuren van enorme bergen lava, echt heel apart om hier rond te rijden en te genieten van al het fraais.
We hebben inmiddels best al een paar landen bezocht, maar IJsland is wel heel bijzonder wat natuurschoon betreft. Ook al is het wat aan de frisse kant met een graad of drie (De auto gaf zelfs “ice warning”) en een enkel verdwaald sneeuwbuitje, we blijven genieten.



De volgende stop is bij een thermische bron waar het wemelt van de mensen. Bussen vol toeristen worden aangevoerd om te genieten van de lagune.



We vervolgen de route naar de pruttelende modderbronnen en vooral stinkende zwavel maar dat went snel als je er een tijdje in loopt.



En tot slot naar Krafla, waar de enorme fabriek staat die alles reguleert en zorgt dat er geen gekke dingen kunnen gebeuren zoals onverwachte uitbarstingen.
Zo is het ondanks het niet al te beste weer toch nog een leuke dag geworden.
Morgen is er weer een dag, de foto’s vertellen de rest.



 Ook de schapen zoeken beschutting achter een paar lava blokken.

Het weer voor de komende dagen: onveranderd!!  (Zie foto onder.)


zaterdag 18 juli 2015

Vertrek en de eerste dagen op IJsland

Op weg naar IJsland.

Om half vier gaat de wekker, tijd om op te staan.
We gaan beginnen aan een reis van 40 dagen naar IJsland.
In november 2014 hebben we de overtocht al geboekt van Hirtshals naar Seydisfjördur op IJsland. Dat was noodzakelijk omdat je anders geen plaats meer krijgt aan boord. De belangstelling voor IJsland is de laatste jaren heel groot en de boot vaart normaal maar eenmaal per week, in juli en augustus 2 x per week.
Dus snel erbij zijn was noodzaak om deze expeditie met eigen auto te doen.
Om vier uur rijden we thuis weg richting Flensburg aan de grens met Denemarken.
Hier overnachten we in een backpackers hotel. We hadden ook naar een camping kunnen gaan maar het risico dat we alles nat moeten inpakken is te groot.
De boottocht duurt ongeveer 48 uur en als je dan je tent niet meer kan drogen heb je een probleem, vandaar deze optie.
Het is heerlijk rustig op de weg om deze tijd van de dag en we vorderen dan ook snel. Bij Denekamp gaan we de grens over om vandaar via Hamburg naar Flensburg te rijden. Om half twaalf staan we voor het hostel, lekker vroeg! Even vragen of we de kamer al kunnen betrekken.
Een allervriendelijkste dame ontvang ons en gaat informeren bij de house keeping of de kamer al schoon is. Met een grote glimlach komt ze terug en meldt ons dat de kamer over een half uur klaar is. De overnachtingsspullen gaan op de kamer en dan lopen we richting het centrum van Flensburg.

Alle winkels zijn gesloten natuurlijk (het is zondag) maar de terrasjes zitten lekker vol, het lijkt wel feest. En dat is het ook. Als we bij de haven komen zien we deze helemaal vol liggen met oude stoomschepen en zeilboten. Dit blijkt een jaarlijks terug kerend evenement.
Op de wal staan allerlei tentjes met bier en bratwurst, snoepwaren, ijsjes en vis. Ook zijn er kramen met tassen en kleding. Een gezellige boel. Hier kunnen we wel een paar uurtjes doorbrengen.
Bij een haringkraam proberen we een broodje te bemachtigen maar dat gaat niet zonder slag of stoot. Als we aan de beurt zijn begint een man naast ons zijn bestelling door te geven.
Als Renée zegt dat wij voor hem aan de beurt zijn wordt ze bijna uit haar schoenen geblaft. Hij zegt dat hij eerst werd aangesproken door de verkoper, maar vergeet er bij te vermelden dat Renée eigenlijk aan de beurt is.
Bij sommigen van onze oosterburen is het fatsoen nog ver zoek, jammer!
Na het lekkere broodje genieten we nog van de schitterende schepen en gaan dan weer richten hostel. Onderweg kiezen we nog een locatie waar we vanavond wat willen eten en dat wordt de Griek!! (We zijn tenslotte in Duitsland J!)
Dat blijkt geen miskleun. Er staat een heerlijk buffet met alles wat een Grieks restaurant maar te bieden heeft en we besluiten deze dag met glaasje Ouzo. De eerste dag van de 40 dagen is top.

Dag 2

Na een goede nachtrust gaan we op weg.
Eerst naar de Lidl om nog wat schnaps voor IJsland in te slaan omdat de prijs van dit vuurwater hier duidelijk goedkoper is dan op IJsland.
Vandaag is het nog maar een goede 360 km dus hebben we alle tijd.
We hebben een cottage gehuurd op een camping vlak bij Hirtshals, de vertrekhaven van de boot. Het is heerlijk relaxt rijden in Denemarken. De maximale snelheid is op de meeste autowegen 110 km per uur.
Na twee uur effe koffie bij Mac Donalds en gelijk even de mail checken.



Om 12.30 uur zijn we al bij camping Lönstrup waar we gelijk de sleutel krijgen van Cottage nr 1, een gezellig houten hutje met alles erop en er aan.
Voor we vanmiddag naar het strand en het kleine haventje gaan, moeten we eerst de auto nog een beetje ombouwen. We willen de spullen die mee aan boord gaan bij de hand hebben.

Aan het eind van de middag gaan we even het dorp en het strand bekijken. Het is allemaal vrij kleinschalig dus uren wandelen hoeft niet.
Een dorp met een leuke dorpskern en een prachtig strand. Wat extra opvalt is dat het er buitengewoon schoon is. Wat ook relaxt is: niemand schreeuwt naar elkaar ook de kinderen niet.
De campingbaas heeft ons een mooie zonsondergang beloofd en daar is het wachten op. Maar de lucht betrekt, dus moeten we wachten op betere tijden.
We gaan onder de wol.


Dag 3 en 4

Vandaag is de dag van inschepen. We moeten ons twee en een half uur voor vertrek melden en dat doen we ook. Als we dachten dat we de enige te zijn hebben we het mis. We zijn ruim op tijd in de haven en worden daar al naar een overloop terrein geleid, zo druk is het er. De ene auto is nog mooier uitgerust dan de andere en vooral 4x4 is erg in trek. 
Na een uur wachten en veel foto’s maken van elkaars vehikel gaan we aan boord.
Renée mag te voet en ik mag de auto aan boord rijden. Zo is alles toch eerlijk verdeeld. Het laden gaat op een hele beheerste manier, veel minder hectische dan in Zuid Europa. Die ervaring hebben we ook. Zes schreeuwende bemanningsleden die allemaal  wat anders roepen, dus chaos alom. Hier twee mensen die niks zeggen en alleen maar met de hand aangeven: tot hier en klaar. Zeer relaxt.
Na een uur vinden we elkaar weer terug in de hut.

Een uur later dan gepland vertrekt de boot onder het geluid van het Deense volkslied. De kaptein heet ons welkom aan boord en beloofd een rustig tripje met maar een windsnelheid van 10 meter per seconde. Renée is hier heel blij mee. Het eerste stuk is 30 uur naar Tórshavn op de Faeröer eilanden.
We hebben een ruime hut met goed comfort en goede bedden. En er is veel te beleven aan boord, wat wil een mens nog meer. We houden dit makkelijk 48 uur vol.

In Tórshavn schijnt de zon en het is leuk om naar alle bedrijvigheid te kijken van alle vertrekkende en nieuwe passagiers aan boord. De in Hirtshals opgelopen vertraging is volledig weggewerkt en precies 18.00 uur plaatselijke tijd vertrekt het schip verder op weg naar Seydisfjördur op IJsland.

Nog 15 uur en we zijn In IJsland. We brengen de avond door met lezen en het uitzoeken van de route of we met de wijzers van de klok mee rijden of er tegen in.
En dat hangt weer van het weer af. Om 21.00 uur horen we door de luidsprekers hoe laat we uit de hut moeten de volgende ochtend, dit in verband met het schoonmaken. De boot ligt maar kort in IJsland, ongeveer twee uur en moet dan al weer afgeladen op de terugweg.

Dag 5

Vroeg in de ochtend om een uur of 6 is er al veel bedrijvigheid en rumoer.
Iedereen wil wel een stoeltje bemachtigen om niet de laatste twee uur aan boord op de grond te hoeven zitten. Dus ook wij hebben de planning aangepast en de taken verdeeld. De bagage staat al ingepakt en ik breng deze vast in de wachtruimten en regel gelijk twee stoelen, terwijl Renée de hut netjes achterlaat en de laatste spulletjes inpakt.
Er is al aardig wat bezet en de eerste chagrijnige gezichten heb ik ook al waargenomen. Te laat komen en toch de beste plek hebben lukt hier slecht.
We nemen nog een kop koffie aan boord en wachten geduldig op het sein dat we naar het autodek mogen.
En dan breekt de hel los. 1400 passagiers tegelijk naar het autodek dat is echt gillen. Italianen en Duitsers spannen de kroon. De bagage die in de auto geladen moet worden lukt niet als de auto’s maar 10 centimeter van elkaar staan. Dus zo hier en daar wordt het kookpunt al snel bereikt. Ouders die kinderen afblaffen dat ze geduldig moeten zijn en er zijn er bij die het toch lukt om in hun voertuig te komen en alvast de gordels vast maken terwijl het nog zeker een dik halfuur duurt voordat de boot aanmeert. Gelukkig wachten ze wel met het starten van de motoren J. Altijd weer hilarisch om naar te kijken.

Exact om tien voor half negen ligt de boot vast en kunnen de eersten van boord.
Wij zijn een goed half uur later aan de beurt en rijden van het schip richting douane. 
Ook daar is het weer aansluiten. We zien alweer verschillende stunts van motorrijders en ook onze Italiaanse vrienden laten zich niet onbetuigd hun camper overal voor te persen en dat gaat soms maar net goed. Mijn spiegel van de auto wordt op een haar na gemist.
Er worden ook wat auto’s uitgepikt voor drankcontrole, maar wij kunnen door en rijden het land binnen in de mist en wat lichte neerslag, op weg naar de eerste besneeuwde pas die we over moeten.
Na drie kwartier zijn we in de eerste grote plaats en begint de run op IJslandse kronen. Bij de banken is het een drukte van jewelste.
We kiezen er voor om toch eerst tegen de wijzers van de klok in te rijden, dus gelijk naar het meest noordelijk punt dat ligt aan de Poolcirkel.
Bij een tankstation worden we nog even bijgestaan door twee jongens die ons  uitleggen hoe wij de kortingspas moeten gebruiken want dat het is een beetje ingewikkeld. We blijven tenslotte Nederlanders: “Ons ben zunig!”

We vervolgen onze weg steeds noordelijker. In het eerste dorp waar we door rijden kijken we even op de camping of het er goed uitziet, maar helaas, geen kip te bekennen en ongezellig dus door naar plaats twee.
We maken gelijk ook kennis met de zogenaamde  gravel roads. Er vliegen nogal wat stenen in het rond. Als we tegenliggers krijgen gaan we, zoveel als het mogelijk is, uit elkaar rijden om niet gelijk naar de firma Carglas te moeten.

We komen na een uur of vijf rijden aan in de plaats Pòrshövn en zoeken een plekje op een leuk campinkje. Het is een prachtig plaatsje en er breekt zowaar een waterig zonnetje door.
Na het op zetten van de tent lopen we even naar het dorp voor brood en uiteraard willen we een lekker visje scoren voor het avondmaal.
Er is in het dorp een tankstation annex supermarkt en frituur maar die verkoopt alleen
brood uit de diepvries.
Dus naar de enige echte kruidenier en hier is het gelijk raak. Vers brood en een heerlijke zalm voor het avond maal.
Inmiddels is de bedrijvigheid ook op de camping toegenomen. Een aantal off the road vehikels en een enkele camper.
Om 20.00 uur komt de campingbeheerder de centjes innen, of bij gebruik van een Iceland card, (wat wij doen) daar een kruisje op zetten.
De card is 28 dagen geldig en we betalen alleen voor stroom en soms warm water. En dat zal je weten ook! Voor stroom moet nog eens 800 kronen =  € 5.60 worden afgetikt, de douche was op deze camping gratis.
Na de heerlijke maaltijd zoeken we snel de kooi op. De temperatuur is buiten gezakt tot dicht bij de nul graden, brrrrr. Diep in de slaapzak en extra dekens kan Renée niet echt op temperatuur krijgen dus een nachtje afzien. Morgen nog meer kleding en mutsen de tent in om het warm te krijgen. We zijn ten slotte aan de Poolcirkel.

Dag 6 en 7

Na een spartaans koude nacht staan we om 7 uur op om het ontbijt te maken.
Daarna de tent inpakken en dan echt op weg naar de noordelijkste punt van IJsland, de vuurtoren Hraunhafnartangi aan de Poolcirkel.
Eerst naar het plaatsje Raufarhöfn, de meest noordelijk stad, vroeger bekend van de haringvangst. Er wordt nu een soort Stonehenge gebouwd in navolging van het Britse evenbeeld als een bezienswaardigheid voor de toeristen.
Dan gaan we weer een gravelroad op voor de laatste 9 km naar de vuurtoren.

We parkeren de auto en gaan te voet langs veel aangespoeld wrakhout en stukgeslagen vissersnetten, heel imposant, richting de markering van de Poolcirkel.
Als je dit laatste stuk te voet aflegt kun je een certificaat voor het bereiken van de pool ophalen in Raufarhöfn in het plaatselijke hotel.
We hebben veel geluk met het weer, een zonnetje en bijna geen wind, erg fraai om hier te vertoeven. Uiteraard worden er plaatjes gemaakt van dit unieke stukje IJsland.
En dan op naar het nationaal park Asbyrgi, maar eerst nog 45 km gravelroad
Bij aankomst zien we een prachtige camping met alle faciliteiten. We blijven hier twee nachten om morgen naar de schitterende watervallen, de Dettifoss en Selfoss te gaan kijken.

Na weer een fris nachtje gaan we vroeg in de ochtend op weg naar de waterval. Een bijna niet te rijden gravelroad met gaten, kuilen en los liggende keien is ons deel.
Voorzichtig manoeuvreren we over de weg en bidden en smeken dat onze Rav4 niet de geest geeft of banden die denken: zo is het wel genoeg.


Na 25 km zien we de Dettifoss waterval. Het regent nog steeds en geen spoor van zon te bekennen, maar niet getreurd, een regenjack en ijsmuts doen wonderen. We dalen af over gigantische basalt blokken tot we in de canyon kunnen kijken en de massa water naar beneden zien vallen. Het is de grootste waterval van Europa met de meeste kubieke meter waterverplaatsing per seconde.

Van hier uit kunnen we ook naar de Selfoss waterval lopen, een mooie hike van 4 km heen en terug. Adembenemend is dit natuurwonder.
Na  twee en een halfuur zijn we weer terug. Het is nog steeds nat maar we werken vanmiddag aan de blog dus komen de tijd wel door.

Morgen een stukje richting Húsavík en Mývatn!!



zaterdag 11 juli 2015

De laatste voorbereiding.





De voorbereiding loopt op volle toeren. Als eerste gaan we de auto, een Rav4, aanpassen voor de trip naar IJsland.Graag hadden we met onze daktent gegaan. Lekker boven op de auto en klaar is Kees. Maar de prijzen van de boot liegen er niet om. Als je hoger bent dan 1.90 m. moet je ruim € 500,- meer betalen en dat is ons te gortig. We komen aan 2.10 m met daktent. Dus gaan we met een trekkingstentje van MSR en een wat grotere basistent van Vaude.


De dragers worden aangepast zodat de Foxwing: zon en regenluifel, gemonteerd kan worden. Ik heb een systeem bedacht dat net onder de hoogte van 1.90 m blijft en dat moet ook nog eens stabiel aan de wagen worden gemaakt.





Als alles er aan hangt ziet het er zo uit bij geopende of gesloten toestand.


De volgende klus is het meenemen van alles. 
Tenten, voeding, wandel equipment, stijgijzers, stokken en een kist vol schoenen en foto-en videomateriaal. Het handigste is om alles in kisten te doen zodat het niet los door de auto ligt.


We hebben bij de Zwerfkei in Woerden een gesprek gehad met Hans van der Meulen, de man achter Adventure Food. Hij test en ontwikkelt nieuwe producten die uitermate geschikt zijn voor outdoor activiteiten. Na een klimcarrière van ruim 20 jaar in de Alpen verkent Hans in 1988 voor het eerst de hoogste bergen van de Himalaya en de Karakoram. En het is gelijk raak: samen met 3 teamleden weet hij Gasherbrum 2 op 8035m hoogte te bereiken.Hij is op dit moment de enige Nederlander met 5 geslaagde 8000er beklimmingen op zak. Als eerste Nederlander, samen met Wilco van Rooijen, Marc Cornellissen en Edmond Öfner weet hij geheel op eigen kracht, na een monstertocht van 70 dagen, het noordelijkste puntje van onze aarde te bereiken.Dus iemand die weet waar hij over praat.
Voor ons gaat het niet verder dan de Poolcirkel. De zes en zestigste breedtegraad is ons doel.




Met een arm en kist vol voeding voor 40 dagen kunnen we even vooruit.
Honger zullen we niet lijden.

http://en.vedur.is/weather/forecasts/areas/

Over het weer in IJsland kunnen we kort zijn: Het kan vriezen en dooien.
In de zomer is het gemiddeld in de nacht een graad of 7 en op de dag 15 graden.
Prima temperatuur om wat te ondernemen.
Een website die ik graag raadpleeg is die van Paul Kornaat. Hij schrijft al zijn weetjes op deze site. Zeker het weer en eventuele uitbarstingen van vulkanen zijn belangrijk om te weten.

http://www.ijsland-enzo.nl/index.asp


                                                                    Let's go