maandag 3 augustus 2015

200 km gravel road en een warm bad.


Dag 22

De suggestie van diverse IJslanders is een bezoek te brengen aan, volgens hen, een top attractie: de Heitir Pottar Krossneslaug. Om dit te zien moet je wel 200 km gravel road on der de wielen door laten rollen en dat langs een van de mooiste kusten van IJsland.
Om 8.00 uur beginnen we aan de klus. Vanaf het kleine maar fijne campinkje gaan we de gravel road op. Het is weliswaar nog niet zonnig maar dat is wel voorspeld voor deze dag. De road ligt er nog nat bij en dat betekend dat onze Rav4 vanavond totaal verschoten zal zijn van kleur. De eerste kilometers gaan nog wel maar na 10 km krijgen we het echte werk. 
Kuilen en gaten in de weg waar de honden geen brood van lusten. Ze staan vol met water dus om de haverklap zit de voorruit ook dicht van de bagger. Soms lukt het wel om wat van die gaten te ontwijken maar er is nauwelijks aan te ontkomen. Een ding vergoed veel en dat is dat we alweer door een adembenemend stukje natuur rijden. De weg is smal, twee auto’s kunnen elkaar nauwelijks passeren en daar hebben ze invoeghavens voor gemaakt.
Ook het rijden is toch wel een beetje link. Het is nat en dan de kuilen en het grind maakt het rijden of je op ijs rijdt. Kanten zijn er niet, als je van de weg raakt lig je gelijk op je dak of honderd meter lager.



Na anderhalf uur zijn we in het laatste grote dorp in het uiterste noorden van IJsland: Djupavik. Het heeft een hotel en een oude haringfabriek die er in zeer vervallen toestand bij staat. Verder ligt er een deel van een oud passagiersschip wat 100 jaar geleden vergaan is.





Wij willen graag benzine tanken en dat zou hier mogelijk moeten zijn maar over de pomp, die er flink verroest bij staat, zit ook nog een stevige hoes zodat een tankbeurt er niet in zit. We zijn vanmorgen vertrokken en hadden nog voor ruim 300 km aan brandstof dus normaal gesproken moeten we het kunnen halen. Maar het is ook niet de eerste keer dat je in 100 km geen pomp tegen komt en dat geeft een komisch gevoel in mijn onderbuik. Ik heb maar graag mijn tank vol.

We vervolgen het pad en na 15 km komen we langs het meest noordelijk gelegen vliegveld in IJsland. Toch maar even kijken hoe groot de terminal is en dat valt niet tegen. Een grote schuur, daar komt het nog het dichts bij en de landingsstrip is gemaakt van een lava achtige steen gemengd met klei. De activiteit was er vandaag nul.
Verder gaat het in noordelijke richting en de weg wordt steeds spectaculairder. Hele steile hellingen en ook weer diepe dalen wat ons na ongeveer drie uur brengt in Krossnes.


De weg houdt hier op en je kunt er alleen nog maar te voet verder richting Hornstrandir, een eldorado voor hikers.
We stoppen op de parkeerplaats en zien onder ons de heitir pottar liggen op nog geen twintig meter van zee. Heel gaaf om in zo’n bad te gaan met aan de voeten de Noordelijke IJszee. Even een kaartje kopen en dan kunnen we heerlijk relaxt in het bad gaan liggen of zitten.



IJsland kent een heel ritueel voor het baden. Bij binnenkomst moeten eerst de schoenen uit en dan mag je door naar de kleedkamer. De volgende stap is je van top tot teen wassen naakt, zwembroek weer aan en naar het bad. En dames en heren gescheiden bij dit ritueel. Dit gebeurd in ieder zwembad of heitir pottar. 


Na een uur heerlijk genieten lunchen we op een paar stammen die hier in massa’s aan spoelen uit het Russische Siberië.




Voorzichtig beginnen we aan de terugweg. Het is inmiddels ook wat drukker op het pad. Door het lange weekend nemen veel IJslanders de kans om er op uit te gaan en dat merk je best. Op sommige stukken mag je 80 km per uur rijden wat voor mij veel te hard is. Bij 60 km per uur houdt het voor mij al op. Na drie uur over zo’n pad crossen, zitten mijn nieren richting mijn nek.

Op een gegeven moment zien we op het pad een tasje liggen en een zonnehoed. We stoppen en rapen het op. Dit is waarschijnlijk van een motorrijder die dat is verloren. We besluiten het af te geven bij het enige openbare gebouw wat op zondag open is, het hotel in Djúpavik. De inhoud van het tasje is een scheerapparaat plus oplader en haargel en een zeepje, dus niet al te spannend. We hopen dat de rechtmatige eigenaar het terug krijgt, meer kunnen we er niet aan doen. Nu de zon schijnt is de aanblik totaal anders als vanmorgen. Mooi licht zodat we prachtige foto’s en film opnamen kunnen maken.


En zoals op de heenweg hebben we terug ook weer 3 uur nodig voor de terugweg. Als we op de camping aankomen, staan er nog maar twee tentjes en een camper, de rest is met de noorderzon vertrokken.

   

Nachtje doorhalen!!



Dag 20

Al vroeg ben ik weer klaar wakker. Niet omdat er veel lawaai op de camping was maar ik heb nou eenmaal niet zoveel slaap nodig.
Om half zeven ga ik richting douche en zie toch hier en daar wat vieze plekken in het gras dat duit op mensen die toch te veel gegeten of gedronken hebben.
We zijn blij met het besluit om vandaag wat anders te gaan doen als “Mud- voetbal” te bekijken en het daarna bijwonen van de eventuele prijsuitreiking slaan we ook over.
De honderden toeschouwers en spelers die worden verwacht zullen er zeker aan bijdragen dat de consumptie van alcoholische versnaperingen met stip stijgt. Om 8.00 uur zijn we ingepakt en vertrekken met stille trom. Gisteravond waren we er nog niet uit wat we gaan doen: of al direct naar het oosten van de Westfjorden of toch nog even naar het westen de dag doorbrengen in Bolungarvik dat op 15 km afstand van hier ligt. Volgens de IJslandse Pelleboer kunnen we morgen, 1 augustus rekenen op een paar zeer natte uren, dat zijn er waarschijnlijk wel 12.
We kiezen voor Bolungarvik,15 km verderop, waar we tent gaan opzetten ondanks de reputatie van het dorp dat het er altijd regent. En dat komt weer door de drie heuvelruggen die de twee dorpen van elkaar scheiden. We gaan weer door een tunnel van 5 km deze keer en wat zien we als we de tunnel uitkomen? Juist, regen!! Maar niet getreurd, het kampeerterrein heeft niet zoveel te bieden maar het zwembad er naast zeker wel met een sauna en 3 Heitir pottar  (dat zijn warm water baden) die hier uitermate favoriet zijn. Er zijn er twee van 38 graden en 1 van 40 graden. Plus een mooi binnenbad. We bouwen snel de tent op voordat het echt gaat doorregenen en daarna gaan we terug naar Isofjördür om de blog van de laatste dagen te versturen. De dame van de bibliotheek had ons gezegd dat er 3 plaatsen in de stad zijn waar we op een hotspot kunnen inloggen; 24 uur voor maar 300 kronen (dat is € 2,10)
Maar bij de Toeristeninfo loopt het niet van een leien dakje. Ik heb keurig betaald maar krijg geen verbinding. De dame is erg behulpzaam maar ziet ook geen kans om het voor elkaar te krijgen en betaald ons het bedrag terug. Ze adviseert ons naar een café in de hoofdstraat te gaan waar het zeker lukt. En dat is zo. We bestellen koffie en krijgen gelijk twee bonnetjes met de gebruikersnaam. Nu kunnen we mooi onze blog bijwerken en versturen.
Na een paar uur gaan we terug naar de camping met nog steeds een druilerige regen.
We pakken de bad spullen en gaan heerlijk genieten van een sauna en een Heitir pottar. Opvallend is dat veel dames hetzelfde badpak dragen. In de meeste dorpjes is maar 1 winkel die alles verkoopt, van groente tot vis en van kleding tot toiletartikelen. Waarschijnlijk heeft de man van de plaatselijke super een voordelige partij badpakken op de kop getikt en zolang ze niet allemaal verkocht zijn, koopt hij geen nieuwe in!
We praten wat met een aantal IJslandse mensen en een Nederlander die hier al vijftien jaar woont en krijgen op die manier een beter inzicht over het reilen en zeilen van de IJslandse bevolking. Ook horen we dat de beurscrash van een paar jaar geleden er aardig ingehakt heeft hier in het land. De IJslandse Kroon is met 80 procent gedevalueerd en dat is best pittig. Veel mensen houden per maand maar zo’n 10 % over van hun salaris om eten en drinken te kopen.
Na een aantal uren stoppen we met het baden. Onze huid vertoont wat rimpeligheid van het water en we gaan richting tent voor een “Diner For Two”.

Dag 21

Rond 01.00 uur worden we wakker van de wind, of beter gezegd storm! We horen het een tijdje aan en hopen maar dat de tent blijft staan. Dan begint de tent enorm te flapperen en merken we dat de haringen door het vele water los gaan en de tent niet meer houden.
Dat betekend opstaan en inpakken! Zo vlug als het gaat ruimen we de spullen in de auto, maar we zijn te laat om te voorkomen dat er een tentstok breekt.



Het water komt met bakken uit de hemel, je toupet waait van je hoofd en we hebben moeite om tegen de wind op te boksen. Uiteindelijk lukt het om alles in de auto te krijgen en dan gaan we eerst maar eens thee zetten in het kleine keukentje dat de camping rijk is. Wij zijn niet de enige die inpakken of op zijn. Het is bijna 03.00 uur als we kletsnat, maar na een warme thee in de auto stappen en maar vast gaan rijden. 


Onderweg zien we dat de wind een snelheid heeft van 13 meter per seconde en dat is erg hard! Het is wat schemerig (Donker worden doet het nog niet) en we rijden langs allerlei fjorden tot we enigszins in de luwte komen. We zoeken een beschutte plaats bij een hotel en gaan kijken wat we aan de kapotte stok kunnen doen. Na een uur prutsen met een rattenstaartje, dat is een rond vijltje om de stok door te vijlen, lukt het de breuk er tussenuit te halen.


Dan moeten we zorgvuldig het elastiek dat de stokdelen bij elkaar houdt weer aanbrengen. We hebben nu twee delen over die wat korter zijn en deze krijgen een spalk zodat het lekker stevig aan elkaar zit. Alleen moeten we dit losse deel bij het opzetten van de tent als laatste er onder plaatsen. Zo dat is voor elkaar. De stok is professorisch gerepareerd en we hopen dat hij het de rest van de vakantie uithoud.

Nu kunnen we door naar de volgende camping en rond 8.00 uur zijn we daar. We zien een mooie plaats waar net een familie, oorspronkelijk uit de Filipijnen, aan het inpakken is. Ze zeggen nog een half uurtje nodig te hebben en wij wachten rustig in de auto tot ze klaar zijn. Wat we zien is net cabaret. Er zijn 4 personenauto’s en 1 camper. Totaal moeten er 22 mensen mee inclusief alle bagage. Dat laatste kost erg veel moeite. We zien verschillende plastic zakken en koffers steeds van de ene auto naar de andere auto verhuizen. Ook de 22 mensen wisselen voortdurend van auto of plaats. Een deel is zich nog aan het douchen en als ze klaar zijn en zich ook met de bagage gaan bemoeien worden overal de zakken en pakken weer opnieuw verdeeld en schuiven alle mensen ook weer een auto op. Na een uur hebben ze het eindelijk voor elkaar dat alles ingepakt is en iedereen een zitplaats heeft. Dan moet de stoet nog geformeerd worden, want er kan er natuurlijk maar één de leiding hebben.





Na heel wat gedraai en gekeer staat iedereen in de juiste volgorde en kan het hele spul vertrekken. De leider van de club verontschuldigd zich dat het langer duurde dan hij ingeschat had, maar wij hebben ons wel vermaakt. Iedere auto die langs rijdt groet vriendelijk en dan kunnen wij gaan opbouwen. De gerepareerde stok past gelukkig nog en als we klaar zijn met opbouwen regent het al een stuk minder hard, dus de beloofde zon voor morgen lijkt eraan te komen. 



vrijdag 31 juli 2015

Water en Mountains


Dag 17

Over dag 17 kunnen we kort zijn. Vandaag de eerste officiële rustdag. Deze is niet van te voren gepland maar door, nu het mogelijk is op internet te kijken, hoe het weer zich ontwikkeld. Dan de beste dag uit kiezen en dat is vandaag.

Dus uitslapen tot een uur of half acht, dan thee maken, brood snijden en de ontbijtkoek “Snelle Jelle” eerlijk verdelen. Renée klaagt steen en been dat ze iedere morgen het kleinste stuk krijgt. Een hele zit er helaas niet in want we moeten uitkomen met de kist met voorraad.
En bij ons is de ontbijtkoek op rantsoen, dus geen “hele maar delen”.
Na het ontbijt gaan we richting het centrum naar de enige supermarkt van 4 vierkante meter voor koffie en kijken we gelijk of er een stukje vlees te koop is. Dat wordt zoeken in de vrieskist want het liefst hebben ze hier dat je gelijk een half varken koopt, aan kleine porties doen ze niet. Maar we hebben geluk deze keer, we scoren vier lekkere hamlapjes.
Tot nog toe was het vis of vegetarisch wat er op het menu stond . Maar vandaag met dit superweer is een stukje vlees van de gril niet te versmaden. We lopen nog even naar het mini haventje en dan terug naar de camping. Zwembad, sauna en hottube wachten.
Heerlijk een uurtje of drie ontspannen en genieten van de rust. Als er in de hottube een jonge dame komt zitten die Nederlands spreekt, hebben we het gelijk over wat zij, ze zijn met z’”n vieren, en wij zoal gedaan hebben de laatste weken. Als ik vraag of ze al bij de Bird Cliff geweest zijn zegt ze nee is die er dan? Ik leg uit dat die schitterende kliffen op twee uurtjes rijden van ons vandaan liggen. Ze besluiten spontaan om vanavond alsnog te gaan kijken of ze de puffin kunnen spotten.
Als we ’s avonds het grilplaatje aan hebben zien we een mijnheer aandachtig naar onze auto kijken en een foto maken van de achterkant.


Als we vragen of hij de auto zo mooi vindt lacht hij en zegt IJsland staat verkeerd geschreven”. Daarna schieten wij in de lach en leggen uit dat het helemaal niet verkeerd is maar dat het in het Nederlands staat geschreven. “Oh, bestaat dat ook” vraagt de man en heeft pret. Hij dacht dat hij met een onbenul van doen had die met een totaal verkeerde tekst aan het rondrijden was. Hij maakte de foto om het thuis aan iedereen te laten zien. Bij de koffie komt een dame, die kennelijk de leiding heeft, naar ons toe om te vertellen dat er internet is. Die is vandaag aangelegd zegt ze, dus boffen we en kunnen we mooi de blog voor vandaag nog afmaken en versturen.

Dag 18

We laden vroeg de auto en gaan op pad naar het volgende fjord. Dat is zo’n 60 km rijden over alweer gravel road en daarbij is er veel hoogte verschil dus het tempo ligt laag. Het eerste doel is naar de Dynjandi watervallen, een grote brede val van een massa water die zich tijdens het vallen verspreid over wel vijf verschillende stromen en uiteindelijk uitkomt in het fjord. Een zeer imposant gezicht. We kunnen een stuk omhoog lopen tot aan de voet van het breedste gedeelte en schitterende foto’s en filmopnamen maken. Het enige minpunt is dat het er stikt van de kleine vliegjes, zodat je voortdurend wild zwaaiend om je heen loopt te meppen. Ze hebben het vooral op je hoofd gemunt.
Maar voor de rest is het een mooi schouwspel van vallend water.


We vervolgen onze weg en krijgen een bijzonder spectaculair stukje gravel road met hele steile beklimmingen en dito afdalingen. Het is oppassen geblazen. De wegen hebben geen vluchtstroken en naast de weg gaat het gelijk meters naar beneden. Het vergt best wat concentratie om hier te rijden en we merken ook dat vooral de mensen meet een huurauto liever niet te veel aan de kant gaan en veelal stijf op de as van de weg blijven rijden, bang voor een slippertje het ravijn in. Na een paar uur van klimmen en dalen zijn we op de camping midden in de Westfjorden in de plaats Pingevri. Een mooi klein terrein met weer een heus zwembad. Het zoeken naar een plekje is niet moeilijk, we hebben het hele terrein nu nog voor ons alleen.


Dat wordt aan het einde van de middag wel anders. Onze ervaring is dat de IJslanders pas heel laat van de camping vertrekken maar ook heel laat aankomen. Om een uur of 11 in de avond is heel normaal. De temperatuur vandaag is zomers te noemen met een niet te harde wind en een graad of 10! Super, we kunnen zelfs tot half 11 buiten blijven zitten zonder muts en dikke jas. We zitten pal aan de oever van een fjord en genieten van een prachtige zonsondergang.
Morgen hebben we de helft van onze dagen er op zitten. In14 nachten we zijn 10 keer verplaatst, dus tien maal op -en afbreken en het verveeld nog geen minuut. Morgen gaan we naar de noordkant van de Westfjorden waar we waarschijnlijk weer iets lagere temperaturen zullen krijgen, maar de voorspelling is droog weer en dat is al heel wat waard.

Dag 19



Inpakken en weg wezen. We gaan eerst naar Flateyri. Dit dorp is in 1995 getroffen door een enorme sneeuwlawine. Omdat het dorp onderaan een paar hele gevaarlijke hellingen ligt hebben de bewoners na de ramp waarbij eventuele 20 inwoners zijn omgekomen en het halve dorp met de grond gelijk werden gemaakt, maatregelen genomen. 


Ze hebben een wal van 15 meter hoogte onderaan de helling gebouwd en deze splits de lawine voordat hij het dorp kan bereiken in twee delen zodat de sneeuw links en rechts van het dorp in zee eindigt. Alleen aan deze wal is al 3 jaar gewerkt.


Verder gaat het naar Isafjördur, weer steil omhoog. 




Na 7 km bereiken we een wel hele speciale tunnel. Hij is 6 km lang en voor het grootste gedeelte enkelbaans. Midden in de tunnel zit een afslag naar het plaatsje Sudureyri. Het is heel bizar om hierin te rijden.


Voor ons hebben de tegenliggers om de 100 meter de mogelijkheid om in een invoeghaven te gaan staan wat ze gelukkig allemaal ook trouw doen, anders zou het er wel heel raar gaan uitzien en zou het veel schroot opleveren. Wie van de zuidkant komt heeft voorrang en hoeft niet naar een invoeghaven. Wel heel apart om dit mee te maken.


Als we op de camping komen wacht ons een kleine verassing. We willen graag twee dagen hier blijven, maar het eerste weekend van augustus ( en dat wordt het nu) wordt de Dag van de Arbeid gevierd in het hele land. Iedereen trekt naar het platteland om te kamperen en het feest dansend en vooral drinkend door te brengen. De receptionist raadt ons aan om daar niet bij te zijn want het gaat dag en nacht door, zodat er van slapen totaal niets terecht zal komen. Daarbij komt dat dit weekend uitsluitend weekend arrangementen kent en die liegen er niet om. Dus wordt het morgen weer verplaatsen! En dan maar hopen dat we een rustig stekkie kunnen vinden. 

In het veld naast onze tent wordt de grond op 2 plaatsen omgeploegd. Waarom komen we later achter: morgen wordt ter verhoging van de feestvreugde een moddervoetbaltoernooi gehouden. Er worden honderden pallets en een enorm vat water aangevoerd. De eerste feestvierders arriveren ook al en een tankwagen vol water komt de paden op de camping vast nat sproeien. Wij kunnen voor de tweede avond op rij buiten eten, maar als de zon achter de berg verdwijnt is het gelijk heel koud en moeten we naar binnen en de kachel gaat aan.





.   

woensdag 29 juli 2015

Richting Westfjorden


Dag 15
We gaan varen naar de West fjorden. De weersverwachting van de IJslandse Pelleboer is goed, er wordt een rustig zeetje verwacht, dus geen reden om 300 km te gaan omrijden. Zondag in de namiddag gaan we naar het boekingskantoor om de overtocht te regelen.
Renée vraagt of er ook nog korting wordt gegeven voor gepensioneerden en dat wordt met ja beantwoordt, dus ook nog een behoorlijke korting op de overtocht.
Dat is trouwens toch een pluspunt in IJsland, zelfs op de campings is er korting voor de oudere medemens.
Bij het boekingskantoor krijgen we te horen dat we maandagochtend om halfnegen in de haven moeten zijn voor het laden van de auto’s. De overtocht zal ongeveer drie uur duren.
Zo dat is geregeld!

Nu lekker aan de koffie in een klein parkje met een gratis “refil”, die krijg je trouwens overal. Een keer koffie betalen is hier voldoende om twee keer te halen. Goed geregeld toch!
Net terug op de camping wordt de rust verstoord. Ja hoor, daar zijn ze weer: “onze Italianen”.
Zouden de al getankt hebben? Ze willen zo graag bij elkaar staan dat ze proberen 10 campers te persen op een plek waar er normaal gesproken maar 5 kunnen staan. Na veel heen en weer geschuif zijn er toch 3 die een andere plaats kiezen. De overgebleven 7 staan zo krap dat de open klep van de een tegen de ander aanhangt. Zouden ze wel kunnen slapen nu ze wat verspreid op de camping staan? We hebben de resterende 5 campers niet kunnen vinden op deze enorme camping, maar die hebben ongetwijfeld ook ergens bij elkaar gestaan.
Voor vanavond staat er vis op het menu. Die kopen we bij de plaatselijke super, met gekruide aardappels en dat op onze grilplaat, gestookt door de benzinebrander. We kunnen bijna niet wachten!!
Na het diner voor twee gaan we vast wat inpakken en de kisten op de auto laden zodat we morgen de buren niet al teveel belasten met dichtslaande autodeuren waardoor je gelijk rechtop in je bed zit.
Om half elf strijken we de zeilen en gaan onder de wol. Morgen om ze uur is het weer reveille. Ontbijtje maken, thee zetten en de tent inpakken.


Dag 16
Om even over halfacht is alles gepakt en sluipen we van de camping. Op naar het benzine station om ook ons voertuig te voorzien van een natje en dan naar de haven waar de veerboot al ligt te wachten met zijn bek wagenwijd open om onze Rav4 binnen te happen.
Om exact negen uur horen we de scheepstoeter en maakt het schip los.



Net als hij een meter van de kant is wordt er vanaf de wal geroepen dat er nog iemand mee wil. Wij denken dat zij geen schijn van kans maakt nu de klep al omhoog staat. De boot legt vast niet meer aan. Maar dat hebben we mis. Behoedzaam wordt de boot weer naar de aanlegsteiger gedirigeerd en de dame aan boord genomen. Een staaltje van hoffelijkheid van de IJslanders. Na anderhalf uur varen zijn we op een tussenstop het eilandje Flatey.


Om even voor twaalf zijn we aan de overkant en rijden we gelijk door naar Latrábjarg; de Bird Cliff. Een van de 10 genomineerde objecten van National Geografic. Het is wonderschoon en adembenemend om 1 miljoen vogels te zien broeden en hun jongen verzorgen.


Uiteraard staat de Puffin met stip op nr 1. Op een van de eerste kliffen hebben we gelijk beet. Zwalkend en met het kopje net boven de rand van de klif zien we er een paraderen. Op mijn buik liggend en behoedzaam er heen kruipend kan ik een paar mooie foto’s schieten van de nationale trots van IJsland. We hadden nooit verwacht dit beestje in levende lijven op nog geen meter afstand te kunnen bewonderen.
We lopen van klif naar klif en zien de talloze verschillende vogelsoorten tegen de rotsen aan zitten.

Het is zeer de moeite waard geweest om er 100 km rijden, op de gravel road, naar het uiterste west puntje van Europa voor over te hebben. Ik heb er zeer van genoten.
Het is al wat later in de middag als we toch besluiten terug te rijden naar de wat meer bewoonde wereld. Er zijn in de buurt van de klif wel een paar kleinschalige campings maar die hebben echt hele summiere accommodatie, plus het is er echt niet warm. Ondanks dat de zon goed haar best doet maakt de wind het er echt guur.
Na ruim een uur hotsen en botsen over het gravel komen we weer op asfalt en in het eerste plaatsje wat we tegenkomen wordt er brood gekocht en dan door naar de camping die we uit het aanbod van de IJslandse campingcard hebben uit gezocht. We boffen dat we het laatste plaatsje in de luwte hebben, want na ons loopt het storm en is in een uur tijd de hele camping compleet vol. Voor ons doen zijn we erg laat, het is al half zes als we gaan opbouwen. Met een half uur staat het spul en kunnen we aan de maaltijd.
Vanavond is het Pasta met walnoten. Het smaakt ons prima na deze lange vaar-, auto-  en wandeldag. De planning voor morgen is een “day off”. Lekker genieten van het mooie weer en zitten in de hotpot en sauna, maar deze dag kan echt niet stuk. 

 
  



zondag 26 juli 2015

Een rondje Snaefellsnes.



Dag 13 en14

Stykkishólmur

Als ik dit stukje schrijf zitten we lekker op zondagochtend bij een benzine station aan de koffie samen met gepensioneerden en mensen die op zondag moeten werken!!

De koffie is er goedkoop en de afstandsbediening van de tv ligt op een tafel zodat de pensionado’s zelf de zender en het geluidsniveau kunnen bepalen.
We beginnen vandaag met 79 km gravel road en die is op sommige stukken van een niet al te beste kwaliteit. Met een gangetje tussen de 40 en 60 km per uur hobbelen we langs mooie vergezichten en een schitterend bergmassief. Na drie kwartier komen we bij een passage waar aan de weg gewerkt wordt en kunnen we eens met eigen ogen kijken hoe zo’n weg wordt gerepareerd. Een voertuig sproeit water en de tweede schraapt vanuit de kant wat grond de weg op tot ongeveer het midden van de weg. Nummer drie heeft een soort trilmachine achter een tractor en klaar is Kees. Fascinerend is dat het verkeer, ongeveer 4 auto’s per uur, gewoon door gaat en de auto’s er met een compleet modderbad van af komen.
Na twee uur zijn we in Stykkishólmur op een enorme grote camping bij een golfbaan.
Er is wat activiteit met vertrekkende gasten en we kijken vast of we een mooi plaatsje kunnen vinden voor de komende dagen en dat lukt. De tent wordt ingericht voor een verblijf van minimaal 3 nachten omdat nog steeds de weerberichten uit de West fjorden erg koud zijn en er in het zuiden nog al eens een buitje valt. Het beste weer van deze drie is op het schiereiland Snaefellsnes.
Na een paar uur is er een extreem verhoogde activiteit op de camping. Het begint er op te lijken dat heel IJsland heeft zitten wachten op de zonnige dagen die ons in het vooruitzicht zijn gesteld.


Naast ons zien we een klein tentje tegen de struiken staan. Het is van een backpacker. Als ze even later weg gaat, waarschijnlijk voor een kop koffie of even haar internet checken, komt er een Europeaan, nationaliteit onbekend, die zijn tent ongeveer met de haringen in de 
minitent van het meisje poot en hij kijkt daarbij of het de normaalste zaak van de wereld is.
Even later komt de een na de ander met een vouwwagen of caravan de camping op. Een plaatsje aanwijzen is niet nodig, je kijkt of er nog ergens een gaatje is en plant hem neer.
Families zetten het spul meestal in een carré vorm zodat ze lekker beschut van hun grill party kunnen genieten. De IJslander houdt daarbij wel rekening met de buren of gaat in overleg met elkaar over wat pas-en meetwerk.
Als we na de avondwandeling terug komen is de camping compleet afgeladen. Er kan geen tent meer tussen! Het is duidelijk dat ook in IJsland de schoolvakantie is begonnen.

We gaan vandaag een tocht over het schiereiland maken met als hoogtepunt de klim naar de gletsjer van de Snaefjelljökull. Over een pad van ongeveer tien kilometer, met veel losliggende stenen en gruis, gaan we naar het hoogst mogelijke punt. Normaal moet het kunnen om er aan de andere kant weer naar beneden te rijden maar door de late sneeuwval en kou blijkt dat nu niet mogelijk.






Het laatste stuk gaat het door muren van sneeuw van wel tweemeter hoogte. 
Het resultaat is een adembenemend uitzicht.










We hebben bij de toeristen informatie te horen gekregen dat we ook Hellnar niet mogen overslaan. We hebben er geen verstand van maar hier kun je “bird watcher” worden. Er zijn rotsen en kliffen die vanuit zee oprijzen die het middelpunt van veel vogelkolonies zijn.


De temperatuur is geweldig vandaag, we hebben de 15 graden dik gehaald.
Na een tocht van 9 uur zij we terug op de camping waar overal de visjes en het vlees liggen de spetteren op de bbq. Alweer een einde aan een geweldige dag!!



En nu ook nog even de auto ontdoen van wat klei, na een dag is het zo hard als beton!!
Morgen richting de West fjorden met de boot of over de weg dat ligt aan het weer.


       


vrijdag 24 juli 2015

Van Hvammstangi naar Búdardalur.



Dag 12

Laat in de middag van dag 11 gaan we nog even aan de koffie bij de plaatselijke benzinepomp annex koffiebar en supermarkt.
Het is werkelijk super koud, iedereen loopt met ijsmutsen en wanten om een beetje warm te blijven.
Dan stopt bij de benzinepomp een tweetal campers die wij de vorige nacht ook al op onze camping hebben gezien. Het is een deel van 15 stuks die op rondreis zijn.
Een mevrouw van de camper komt met een rood hoofd binnen en begint in het Italiaans van alles uit te kramen tegen de dame achter de kassa die haar stomverbaasd aankijkt en de schouders ophaalt en haar totaal niet verstaat.
Het gaat er over dat ze brandstof voor de camper wil. Maar in IJsland moet je dat zelf doen met een creditcard en daar zit hem de clou. De Italianen hebben daar weinig kaas van gegeten. Ze kunnen geen IJslands lezen en vergeten dat het systeem ook op de Engelse taal kan worden ingesteld.
Met heel veel handgebaren krijgt ze de kassière mee naar buiten die het nogmaals geduldig uitlegt maar het gaat niet van harte. Na ongeveer een kwartier is camper 1 voorzien van brandstof en is nummer 2 aan de beurt. Weer hetzelfde ritueel. Ze begrijpen niet hoe je een pincode moet invoeren. Ook de man van camper 2 vraagt de kassière mee naar buiten te komen om het aan de pomp nogmaals uit te leggen. De kassière gaat weer braaf mee en ook dit duurt alles bij elkaar dik een kwartier.
Het is eigenlijk simpel. Eerst de kortingskaart activeren, die krijg je bij de Orkan benzine pompen, en dan je creditcard er in, pincode invoeren, het bedrag wat je wil tanken (bij ons is dat meestal 5000 kronen) tankslang pakken en tanken tot de pomp vanzelf afslaat, precies op het gevraagde bedrag.
Wij zijn de eerste keer ook geholpen, maar daarna hadden we het door.
Wij zeggen tegen de kassière, die blauw van de kou zit bij te komen, dat ze geluk heeft dat het maar twee campers zijn, want hun hele club bestaat uit 15 campers.
We zijn nog niet uitgesproken of de volgende drie campers staan voor de pomp en ja hoor, ook dit keer moet ze weer mee naar buiten.
Na camper 6 en 7 komt ze naar binnen, zegt wat in het IJslands, trekt haar jas aan en groet de collega’s. Ze was helemaal klaar met de Italianen! Terloops vraagt ze aan ons waar wij vandaan komen. Uit Holland zeggen we. Ze slaakt een zucht en zegt “gelukkig!”
Terug op de camping is het er al lekker vol gelopen veel kleine tentjes en uiteraard de 15 campers met een I (talië) en nog wat Fransen.
De ruimte op deze camping is heerlijk ruim. Er is internet aanwezig in een ruimte die ook nog eens verwarmt is. Als we ‘s avonds terug komen om nog naar de weersvoorspelling te kijken is het er gezellig druk met allerlei mensen die hun potje staan te koken.
Maar van de Italianen geen spoor, die zijn al met de kippen op stok.
We kijken even en leggen de route een beetje om. De weersvoorspelling voor de west fjorden zijn ronduit beroerd, van 1 tot 5 graden. Dat is erg fris, dus kiezen we er voor een stukje naar het zuiden te zakken.


En dat doen we dan ook de volgende dag. Het gaat richting Reykjavik. 100 km ervoor slaan we af naar de westkust waar we een camping vinden die gunstig ligt om van hier uit een aantal dagtochten te maken landinwaarts en naar het schiereiland Vesturland.
Om twaalf uur staat alles weer keurig en gaan we richting de Langjökull gletsjer. Een prachtige tocht over een mooie pas.

Dan rijden we een dal binnen waar weer van alles te zien is. Onder andere stomende heetwaterbronnen met een temperatuur van 100 graden! Heel bizar dat het zomaar omhoog borrelt op verschillende plekken.
En ook weer een waterval die het aankijken meer dan waard is. Daarna stoppen we bij het infocenter van Reykholt waar we worden gewezen op de vele mogelijkheden die dit deel van IJsland te bieden heeft. Verder gaan we naar Húsafell waar we informeren naar het nieuwste snufje van “hoe vermaak ik de toerist”.

Er is een ijstunnel geboord in de gletsjer van ruim 8oo m lengte. Daar kun je in met en soort monstertruck en uiteindelijk kom je er op de top van de gletsjer weer uit. Het schijnt adembenemend mooi te zijn. Er zijn ruimtes in de gletsjer waar je bijvoorbeeld kunt trouwen en er is ook een tentoonstelling ingericht.
Wij hebben er wel oren naar, als we terug komen uit de west fjorden, om ons eens te laten rondrijden met zo’n truck.

Om zes uur zijn we weer op de camping en gaan weer achter de pannen voor een lekker maaltijd.