maandag 10 augustus 2015

"Paris-Dakar" in IJsland.



Dag 27

Vandaag een dag van wikken en wegen. Gisteravond uitgebreid het weer bestudeerd wat het gaat worden. En om het met de beste “on liner” die er is betreffende het weer te zeggen: Het kan vriezen of dooien. Dat geldt zeker voor IJsland, daar kan het in 5 minuten weer anders zijn en wij nemen dan ook een afwachtende houding aan. Gisteren hadden we lekker zon bij de Bleu Lagoon, waar we keken naar de badende gasten die met hun mobieltje en de tegenwoordig erg in zwang zijn de “GO PRO videocameraatjes”, voor op je hoofd of op een stok, lekker door het water paradeerden, zodat ze thuis later alles nog eens konden bekijken.
Na alweer een onstuimig nachtje en druilerige regen besluiten we een rondritje te maken rond Keflavik en Grindavik met een uitvluchtje naar Reykjavik. Vluchten kan niet meer. Op de richting die we op moeten wordt nog slechter weer verwacht dus is dit de beste optie.
We rijden eerst richting Reykjavik, daar hebben we een grote Outlet gezien en je weet maar nooit of er nog wat te scoren is. Niet dat er in IJsland heel veel goedkope hebbedingetjes te koop zijn. Na de koffie slenteren we rustig rond en kijken af en toe met een schuin oog naar buiten of er al een waterig zonnetje is te bespeuren, maar helaas het blijft nat. Na een paar uur hebben we het wel gezien en gaan richting Keflavik, om van daaruit naar de vuurtoren van Gardour te rijden waar misschien nog een paar zeehondjes zijn te spotten. Maar het enige wat we zien zijn de eenden die met hun jongen in de weer zijn.


 Dan gaan we naar het hoogtepunt van de dag: De brug waar je van het ene continent naar het andere kan lopen en dat is wel heel bijzonder. Je loopt van de Euraziatische naar de Noord-Amerikaanse plaat. En dit is misschien de enige plaats ter wereld waar dit kan.



Dag 28

Het is droog en dat is al heel fijn. De tent nat inpakken is nooit een pretje.
Het plan is er vandaag een soort “ Parijs Dakar rally” van te maken. We gaan naar het hoog gelegen Landmannalaugar. Om daar te komen heb je een 4x4 aandrijving nodig, voor andere wagens is het verboden. De wegen lenen zich uitstekend voor een staaltje “rammen met je auto”.


Eerst hebben we een aanlooproute van 150 km en dan gaat de weg over in gravel. Dit blijft de komende 15 km en dan begint het spektakel omhoog richting het natuurpark.
Dit stuk weg is nogmaals 32 km over een weg of pad dat zo ongelooflijk slecht is, dat is met geen pen te beschrijven. Een soort wasbord vol met kuilen en gaten en doorwaadbare plaatsen waar we met auto en al door moeten. Bij het eerste riviertje is het nog goed te zien of het wel of niet kan. Daar gaan we dan ook makkelijk doorheen.

Dan worden we voorbij gereden door een paar motorijders die er flink overheen peren.
Maar bij de tweede rivier, waar inmiddels de motorrijders ook staan, wordt er flink gediscussieerd waar het beste punt is om de oversteek te maken. De motorrijders nemen een afwachtende houding aan en gaan aan de lunch. Inmiddels zijn er nog meer auto’s bij gekomen maar niemand neemt het voortouw. Ik zeg tegen Renée dat ik ook nog even de kat uit de boom kijk omdat onze auto redelijk volgeladen is en dieper ligt dan de anderen.
Een motorrijder werpt zich op als “de man die het weet” en zegt tegen mij dat ik het linkse deel van de rivier moet nemen. Dan kom je uit op de camping in het natuurpark en van daar kun je dan weer op de oorspronkelijke route komen.


Aan de andere kant gaat een van de auto’s het proberen. Hij steekt over, dat gaat nog wel, maar loopt vast en kan niet verder. Hij zet zijn maat uit de auto om te kijken of er nog andere mogelijkheden zijn en komt alvast achteruit weer uit de rivier.
Dan komt er een busje, een soort pendeldienst, die backpackers naar de camping brengen, om vandaar uit in 4 dagen weer terug te lopen naar de bewoonde wereld. Hij kijkt niet eens, ploft de rivier in en gaat aan de andere kant verder. Verbaast kijken we er naar hoe hij door de 40 centimeter diepe poel gaat. Inmiddels staat de man aan de overkant luid te zwaaien naar de auto waar hij is uitgestapt. Hij is niet van plan om te komen lopen naar deze kant.
Als er een schaap over de dam is gaan er meer en de 4 wachtende auto’s rijden er nu ook door op een na en dat zijn wij.

We geloven heilig in de route die de motorrijder aan ons geeft en nemen de linkerkant van de rivier en ook dat gaat best goed. Aan de overkant is het pad goed te rijden en in 10 minuten zijn we bij de camping. En dan verassing twee voor vandaag: We kunnen niet verder. We rijden tegen een lint aan dat over het pad is gespannen met een bord eraan ver boden voor 4x4 auto’s, alleen motoren mogen verder.
Dus terug naar de rivier waar de Zwitserse motorijder, die ons de weg had gewezen, nog steeds staat te overleggen waar ze er nou door zullen gaan.
Hij kijkt verbaasd als hij mij ziet terugkomen. Ik zeg dat het gesloten is voor auto’s en daar snapt hij helemaal niks van. Het afgelopen jaar was hij ook via deze route gegaan.
Nou dit keer lukt dat niet. We vragen ons af hoe dat kan. Het kan zijn dat er teveel sneeuw laat in het seizoen is gevallen of erg veel regen. Als we door zouden rijden langs de andere kant, waar de auto’s voor ons al heen gingen, krijgen we nog 4 doorwaadbare plaatsen. We nemen het risico niet en besluiten terug te rijden.


Na ruim 2 uur zijn we weer terug in de bewoonde wereld. Via rondweg 1 gaan we op weg naar Vik. Onderweg komen we langs het informatiecentrum van de Eyjafjallajökull, de vulkaan die in 2010 voor veel onrust zorgde en in Europa het vliegverkeer van en naar IJsland volkomen lamlegde. De indrukwekkende foto’s van de uitbarsting hangen hier aan de wand. We vervolgen onze weg naar(alweer) een waterval en wat voor een!


De Skógafoss, een machtige en statige waterval met een heuse regenboog als de zon schijnt. Het is er weer net als op alle plaatsen waar wat de te zien is een drukte van jewelste. We treffen het met het weer, de zon schijnt, en we maken een paar mooie kiekjes.




Als de zon dan even later achter een wolk schuil gaat horen we een massaal gejoel van de mensen die ook graag de regenboog op het plaatje erbij wilden en die is er niet als de zon niet schijnt. Om 4 uur zijn we na een slopende dag op de camping in Vik Wij noemen deze dag een dag met 3 sterren!!








vrijdag 7 augustus 2015

Golden Circle.



Dag 26

De zoveelste roerige nacht. Al weer staat er een zeer stevige bries die makkelijk de 8 Beaufort haalt. Door het klapperen van de tent kom ik moeilijk in slaap en ga er nog maar eens uit om te kijken of alles het nog houdt. De angst zit er toch een beetje in na het avontuur in de Westfjorden. Het spalkje houdt het tot dusver goed maar als er nog een keer een stok breekt dan is het klaar met deze tent. Dan moeten we terugvallen op onze kleine MSR tent, die we als noodtent hebben meegenomen. Maar gelukkig halen we de ochtend. De wind is om een uur of 1 gaan liggen zodat we nog een paar lekkere uurtjes kunnen pitten. Het is half zeven en tijd voor een douche, warme thee en een ontbijt en dan inpakken. Vandaag gaan we ons begeven in een massa mensen die ook een snuifje IJsland willen doen en dat gebeurd met heel veel touringcars die vanuit Reykjavik vertrekken en de beroemde “Golden Circle” gaan doen. Dat betekend ongeveer allemaal tegelijk bij de bezienswaardigheid.


 Na eerst de blog te hebben geplaatst storten wij ons ook in de massa van mensen. Het eerste waar we naar toe gaan is Pingvellir. Als we de parkeerplaats opdraaien slaat de schrik ons om het hart. Wij zijn de laatste drie weken gewend om één auto in de twee uur tegen te komen maar hier, rond Reykjavik, zijn het 5 auto’s en drie touringcars in 2 seconden. En dat is even wennen! Je moet hoer ook keurig op je beurt wachten om een foto te maken. Maar wij willen ook genieten van al het moois wat de natuur te bieden heeft. Het zijn schitterende diepe kloven die hier in het landschap zijn ontstaan door allerlei uitbarstingen van vulkanen en aardbevingen die hier hebben plaatsgevonden.


We zien dat de meeste buspassagiers genoegen nemen met een fotoshot vanaf het hoogste punt. Maar 30 procent waagt het om 1, soms 2 etages naar beneden te lopen maar dan is het weer hard hollend naar de bus voor het volgende item. Wij genieten wel optimaal en lopen het hele traject, waar we al gauw een anderhalf uur mee druk zijn.


Kort na de middag zijn we terug bij de auto, waar we de lunch willen gebruiken. Ik heb de auto nog niet open geklikt of er is al een verzoek van twee wachtende motorrijders of zij ons plekje mogen. We leggen uit dat we graag even een broodje willen eten omdat we anders verplicht zijn te vertrekken en nergens meer kunnen gaan staan.

Na twintig minuten gaan we verder in de optocht richting Gysir, waar de spuitende fonteinen op ons wachten. Het is een klein uurtje rijden, maar eerst moet er nog een lekker stukje zalm en een brood worden gekocht, want de inwendige mens heeft op tijd zijn natje en droogje nodig, niet waar? (Op het moment dat je een winkel tegen komt moet je gelijk toeslaan, want het kan zo maar de laatste winkel zijn die je tegen komt die dag.)

Als we bij Gysir aankomen is de hectiek zowaar nog groter. Werkelijk een massa bussen en auto’s bevolken de parkeerplaatsen en wij besluiten onze auto maar bij de camping neer te zetten en een gezicht te trekken dat we vannacht hier misschien wel willen staan. (Dat dacht ik niet; de prijzen zijn bij zo’n locatie ook aangepast! Tot nog toe hebben we nog nergens hoeven te betalen voor een toiletbezoek, maar hier is het eerst kassa!!) Rond het terrein van de geisers is ruimte genoeg en kan ieder genieten van de spuiters. Het is indrukwekkend om te zien, bij het wachten van zo’n oprisping, dat iedereen ademloos in de put van de geiser kijkt en wacht tot het borrelen zijn hoogtepunt bereikt. Je kan een speld horen vallen.


Het is een leuke locatie om te bezoeken, alleen aan de lucht is het even wennen. Het is een kruising tussen bedorven eieren en vis dat een tijdje in de zon heeft gelegen.
Op naar de het volgende hoogtepunt: de waterval bij Gullfoss.


En ook hier zijn we niet alleen. Als we rond kijken zien we dat de Koreanen hier aan de winnende hand zijn in aantal. Het glimlachen van deze mensen doet het goed en met hun charme gaan ze dan ook gelijk voor je neus staan als jij net de foto van het jaar wilt schieten. Maar niet getreurd, dan wachten wij wel een kwartiertje om onze fotogalerij uit te breiden en proberen we het wel tussen de volgende busladingen door. Het blijft geven en nemen.

Na een halfuurtje hebben we het hier wel gezien en gaan op zoek naar een camping voor de komende nacht. We verwachten in een uur wel wat gevonden te hebben op onze route. Richting Selfoss moeten drie campings zijn, dus een ervan moet lukken. We nemen weg 36 met een stuk gravelroad erin en arriveren na vijf kwartier op een leuk terrein met een mooi stukje vlak gras. Een van de buren moest wel even zijn auto verplaatsen maar hij zat al in de auto voor we iets gevraagd hadden. Snel zetten we onze tent op nadat we het spalkje nogmaals hebben voorzien van een extra wurgstripje. We zijn net op tijd. Na ons loopt het achter elkaar vol en is het zoeken naar een stekje met nog wat zon, want dat scheelt een graad of 8 in temperatuur. Aan de overkant van het veld zijn twee jonge dames aangekomen die ook graag een weekendje er op uit willen met de tent zo te zien. De verpakking van de winkel waar het exemplaar gekocht is zit er nog om. En dan begint het spel: “hoe zet ik een dome tentje met tweestokjes zo snel mogelijk neer”. Uiteraard eerst de opzet instructie lezen en dan aan de slag. Stok 1 opzetten en stok 2 proberen erdoor te krijgen als stok 1 al staat.

Mis nog maar eens de instructie lezen van voren af aan. Dit herhaald zich nog wel een keer of vijf tot het eindelijk op een dome-tentje begint te lijken maar we zijn wel bijna anderhalf uur later. Alle begin is moeilijk. Het is in ieder geval te prijzen dat ze het proberen. Of het kamperen na dit weekend zijn vervolg krijgt blijft voor ons een raadsel. Wij zijn al aan de pastamaaltijd met zalm begonnen, en lekker. Opeens staat de buurman voor onze neus met een serveerplankje en vraagt of we vlees eten. Als we dat met ‘ja’ beantwoorden zegt hij:” Tast toe”. Er lagen mooie, in dunne plakje gesneden, rood vlees op het plankje. Als we vragen wat het is zegt buurman “eerst proeven”. En dat smaakt voortreffelijk! Als we nog een keer vragen wat het is zegt de buurman Vlees van een Seadiver, dat is een vogel die je hier in IJsland veel ziet” en het blijkt dus ook een voortreffelijk lekkernij te zijn. Als hij later weer met zijn presenteerplankje langskomt, grijpen we met graagte nogmaals toe. En weerglipt er een dag door onze vingers.



Dag 27

Bleu Lagoon, Bleu Lagoon, dat schreeuwt men hier van de daken. Als je daar niet naar toe gaat als je in IJsland bent, vergaat de wereld. Onder dat motto wordt het fenomeen aangeprezen.
Dus dat geldt ook voor ons. We zetten onze tocht voort naar het uiterste zuidwest puntje van IJsland naar de plaats Grindavik. Die heeft een mooie camping waar wij met onze camping card terecht kunnen.


De route loopt via Selfoss naar Porlákshöfn en dan de schitterende weg nummer 427 door de lavavelden waar we regelmatig stoppen om een foto of een stukje film te maken. Je komt niet uitgekeken op wat moeder natuur hier allemaal heeft aangericht.
We zijn vroeg op de camping en kunnen een mooi plekje bemachtigen voor de komende nacht op camping nummer 16 van onze tocht door IJsland. Het opbouwen en afbreken gaat per keer sneller. We zijn zo op elkaar ingespeeld, dat we blind in de auto de spullen kunnen vinden en de tent in no time staat en is ingericht. Ook het weer helpt ons een handje, lekker droog en met een zonnetje. We kunnen niet wachten om naar “De Bleu Lagoon” te gaan.
Het is 6 km van de camping en eerst willen we gaan lopen, maar de weg er naar toe is toch wel een beetje link. Er moet ook een pad zijn over een bergrug maar die hebben we nog niet gevonden. Dus eerst op verkenning met de auto.

Vanuit de verte zien we al de geothermische krachtcentrale stomen die het water levert aan de Lagoon. Dichterbij gekomen zien we ook de parkeerplaats en dat kan niet missen: praktisch vol met een tiental bussen en een gigantische lading luxe vervoersmiddelen. Maar een plekje vinden we toch nog snel en dan gaan we op weg richting ingang. Eerst verkennen we de omgeving. Die is mooi en stil; het blauwe water maakt echt wel een beetje indruk. We maken foto’s en filmopnamen.


Daarna gaan we naar de hoofdingang en dan slaat de schrik mij op het hart. Veel, heel veel mensen maken gebruik van dit fenomeen. We kijken er wat rond maar vinden toch dat het aan de prijzige kant is en ook wel een beetje een circus voor de toerist.
We geloven dan ook dat het 95 procent toeristen zijn en de rest mensen uit IJsland.
Na onze ervaring in Grettislaug in het noorden en Krossneslaug in de Westfjorden vinden we dit wel heel erg massaal en niet zo natuurlijk als in het noorden van IJsland.
Wij zaten met 5 mensen in het bad en hier zijn het echt honderden.


De lust vergaat ons om ons ook van de kleren te ontdoen en mee te gaan dobberen met de fotograferende en filmende massa. We houden het bij onze ervaring in het noorden. Wij zijn waarschijnlijk verwent daar en kiezen er niet voor om in deze mensenmassa te gaan zitten. Wanneer je met een vliegtuig aankomt in IJsland en alleen de “Golden Circle” doet is het absoluut de moeite waard. 

donderdag 6 augustus 2015

Via de gletsjer naar Reykjavik!!

Dag 23

Het is ongeveer 240 km naar Húsafell. Daar gaan we naar toe om een van de hoogtepunten van onze trip te beleven. Met een Monstertruck dwars over de gletsjer Langjökull. Je gaat van een hoogte van ongeveer 600 m naar 1280 m om uiteindelijk uit te komen bij de ingang van de tunnel, die de gletsjer inloopt.
Het is een project dat voor het eerst dit jaar is geopend op 1 juni. Daarvoor hebben ze in 5 jaar tijd de tunnel geboord en onderzocht of het haalbaar was. In die 5 jaar heeft men ook geoefend met het rijden van monstertrucks over de gletsjer, zodat er zoals ze zelf zeggen: “Zeer ervaren chauffeurs” de truck rijden. In de tunnel zijn allerlei faciliteiten zoals onder andere een heuse wedding chapel.

Het leek ons interessant om dit eens mee te maken. Onderweg maken we contact met het boekingskantoor of er voor morgen, dinsdag 4 augustus, nog plaatsen zijn in de trip van 13.00 uur. En dat is gelukt! Op de camping in Húsafell is een kantoortje dat alles regelt en waar wij de tickets krijgen voor de trip.

Dag 24

 We gaan met eigen vervoer naar het basiskamp dat opzicht al een trip is van ongeveer een halfuur over een zeer slecht pad met veel stijging, om dan daar over te stappen in de Monstertruck. Om 13.00 uur is het vertrek gepland!! Wij zijn al om twaalf uur in het basiskamp en nemen vast wat poolshoogte van wat er zich allemaal afspeelt. Er blijkt nog een firma te zijn die dit evenement organiseert. Zij hebben er ook nog de verhuur van sneeuwscooters bij en het uitproberen van sledehonden. Alles is hier gefixeerd op de outdoor beleving.


Om precies één uur wordt de truck geladen met gasten die mee willen en die uiteraard een flink bedrag aan IJslandse Kronen hebben gedoneerd, want voor niks gaat zelfs in IJsland de zon niet meer op.

Op het moment dat de chauffeur zegt dat we gaan laden sta ik (toevallig)helemaal vooraan om in te stappen. Een plekje met de neus tegen de voorste ruit laat ik me niet meer afpikken en met een klein beetje de ellenbogen gebruiken en vriendelijk lachen, gaat dat best. Thomas en Renée zitten “balkon loge” in de truck. De 800 pk wordt gestart en langzaam rolt het gevaarte van de parkeerplaats. Het eerste stuk gaat behoorlijk steil omhoog richting de rand van de gletsjer.


De truck stopt net voor hij de gletsjer op rijdt om zijn banden te laten aflopen, anders zou hij nooit vooruit komen door de diepe sporen. De truck schakelt in zijn laagste versnelling en we horen een angstaanjagend gebrom onder de motorkap vandaan komen en dan rolt hij de gletsjer op.
Je voelt de truck allerlei kanten heen glijden en ook diepe sporen maken in de ijskap.
Ongeveer 40 minuten denkt de chauffeur nodig te hebben om het ritje naar boven te doen en het hoogteverschil van 650 m te overbruggen.



Vanuit het raam zien we de sneeuwscooters en de sledehonden in actie.
Dit is toch echt wel gaaf om het een keer op deze manier mee te maken.




Na precies veertig minuten zijn we aan de ingang van de tunnel. Hier stappen we uit en wordt de groep in tweeën gesplitst. En wij boffen al weer! Dachten we eindelijk verlost te zijn van onze Italiaanse medeburgers, zitten we nu gezellig met 15 Italianen in een groep! Goed voor mijn Italiaans, denk ik maar. De gids die ons het verhaal verteld over het ontwikkelen van deze onderneming spreekt Engels en hij wordt bijgestaan door een Italiaanse tolk. Elke paar zinnen worden eerst in het Italiaans vertaald voor de gids weer verder kan vertellen.

We gaan de tunnel in en na vijftig meter wordt er gestopt in een uitholling waar bankjes staan. Daar wordt door de gids verteld dat voor onze eigen veiligheid wij op scherp worden gezet, dat betekend: antislipklikkers onder je schoenen. Bij het inschrijven voor deze toer stond er op de voucher duidelijk vermeld dat er stevig, waterbestendig schoeisel moet worden gedragen. Maar daar dachten onze Italiaanse vrienden toch wat anders over.
Er waren erbij die schoenen droegen naar de laatste Italiaanse mode en die zijn eigenlijk niet geschikt voor deze “safari“. Maar met een beet goede wil lukt het ook deze mensen op scherp te krijgen en kunnen we verder de tunnel in.





Het is reuze interessant om over de aanleg en vooral de opbouw van de gletsjer te zien en te horen. Ook zijn er delen mooi uitgelicht.








De wedding chapel word bezocht met een heus altaar en kerkbankjes maar volgens de gids heeft er nog geen plechtigheid plaats gevonden. We vervolgen onze tocht en zien dat een paar tochtgenoten het al een beetje moeilijk krijgen. Het springen van de ene voet op de andere is begonnen en het lijkt er op dat de kleding ook niet helemaal voldoet aan de temperaturen. Ook de Italiaanse gids kan het klapperen met zijn tanden maar ternauwernood onderdrukken.


Maar hij knokt zich er manmoedig doorheen. Het gaat er om dat je het maar naar je zin hebt. Daar was ik bij de overige groepsleden niet zo zeker van. Na tien minuten in de ijstunnel dacht een deel van de groep daar anders over en wordt er jaloers naar ons schoeisel en warme jack gekeken. Ook het fotograferen gaat niet van een leien dakje. Ik verwacht redelijk wat bewogen beelden, een camera stil houden als je het heel koud hebt valt niet mee.


Voor ons was de excursie fantastisch! Na 1 uur zijn we weer boven de grond. We hebben genoten en zien de arme Italiaantjes snel de warme Monstertruck invluchten.
De terugweg verloopt wat makkelijker voor het monster, dat is bergaf. Al met al een leuk outdoor festijn en geweldig om mee te maken.
Om half vier rijden we weg van het basiskamp en twee uur later zijn we op camping nr. 13.



Dag 25

Op naar Reykjavik vandaag. We hebben al in geen weken meer een fatsoenlijke shopping Mall gezien dus hoogste tijd om daar verandering in te brengen.
Het is vanaf de camping een klein uurtje rijden. Via een tunnel van 6 km onder de Hvalfjördur door zien we 10 km voor de stad een tankstation en gaan we voor de vierde keer de auto in bad doen. Hij ziet er beestachtig uit na zo’n 280 km gravel road. Gelukkig is dat in IJsland overal gratis. Er hangen drie borstels met lange steel, aangesloten op de waterleiding, die je mag gebruiken om de auto weer spic en span te krijgen. Dan nog even een paar WhatsApps naar de familie plus een bakkie koffie en op naar het centrum van Reykjavik.



Het was even zoeken maar dan vinden we een parkeergarage vlak bij de hoofdwinkelstraat van de stad. Je kan eigenlijk alles te voet doen, zo groot is het nou ook weer niet.






In de winkelstraat is het een drukte van jewelste. Er staat een DJ muziek te draaien voor Dunkin Donuts die vandaag zijn deuren opent. Twee klerenkasten van bewakers zorgen dat alles in goede banen verloopt. De rij die wat te eten wil hebben groeit gestaag, het lijkt er op dat de mensen dat er waarschijnlijk iets gratis bij aangeboden krijgen.

We kijken het even aan en gaan dan richting de enorme betonnen kolos die, de grote kerk heet. Het is een leuke stad. Zeker het centrum met nog heel veel kleine winkels in erge leuke pandjes.

Na een aantal uren hebben we het centrum gezien en gaan op weg naar de grootste shopping Mall van Reykjavik. Ook daar kun je met de credit card of goed gevulde portemonnee erg goed terecht. Om half vijf rijden we terug naar Akranes en al weer is er een dag om. We hebben nog maar een week en we willen nog zoveel.


                                          Toet,toet, op naar het volgende evenement!!   

maandag 3 augustus 2015

200 km gravel road en een warm bad.


Dag 22

De suggestie van diverse IJslanders is een bezoek te brengen aan, volgens hen, een top attractie: de Heitir Pottar Krossneslaug. Om dit te zien moet je wel 200 km gravel road on der de wielen door laten rollen en dat langs een van de mooiste kusten van IJsland.
Om 8.00 uur beginnen we aan de klus. Vanaf het kleine maar fijne campinkje gaan we de gravel road op. Het is weliswaar nog niet zonnig maar dat is wel voorspeld voor deze dag. De road ligt er nog nat bij en dat betekend dat onze Rav4 vanavond totaal verschoten zal zijn van kleur. De eerste kilometers gaan nog wel maar na 10 km krijgen we het echte werk. 
Kuilen en gaten in de weg waar de honden geen brood van lusten. Ze staan vol met water dus om de haverklap zit de voorruit ook dicht van de bagger. Soms lukt het wel om wat van die gaten te ontwijken maar er is nauwelijks aan te ontkomen. Een ding vergoed veel en dat is dat we alweer door een adembenemend stukje natuur rijden. De weg is smal, twee auto’s kunnen elkaar nauwelijks passeren en daar hebben ze invoeghavens voor gemaakt.
Ook het rijden is toch wel een beetje link. Het is nat en dan de kuilen en het grind maakt het rijden of je op ijs rijdt. Kanten zijn er niet, als je van de weg raakt lig je gelijk op je dak of honderd meter lager.



Na anderhalf uur zijn we in het laatste grote dorp in het uiterste noorden van IJsland: Djupavik. Het heeft een hotel en een oude haringfabriek die er in zeer vervallen toestand bij staat. Verder ligt er een deel van een oud passagiersschip wat 100 jaar geleden vergaan is.





Wij willen graag benzine tanken en dat zou hier mogelijk moeten zijn maar over de pomp, die er flink verroest bij staat, zit ook nog een stevige hoes zodat een tankbeurt er niet in zit. We zijn vanmorgen vertrokken en hadden nog voor ruim 300 km aan brandstof dus normaal gesproken moeten we het kunnen halen. Maar het is ook niet de eerste keer dat je in 100 km geen pomp tegen komt en dat geeft een komisch gevoel in mijn onderbuik. Ik heb maar graag mijn tank vol.

We vervolgen het pad en na 15 km komen we langs het meest noordelijk gelegen vliegveld in IJsland. Toch maar even kijken hoe groot de terminal is en dat valt niet tegen. Een grote schuur, daar komt het nog het dichts bij en de landingsstrip is gemaakt van een lava achtige steen gemengd met klei. De activiteit was er vandaag nul.
Verder gaat het in noordelijke richting en de weg wordt steeds spectaculairder. Hele steile hellingen en ook weer diepe dalen wat ons na ongeveer drie uur brengt in Krossnes.


De weg houdt hier op en je kunt er alleen nog maar te voet verder richting Hornstrandir, een eldorado voor hikers.
We stoppen op de parkeerplaats en zien onder ons de heitir pottar liggen op nog geen twintig meter van zee. Heel gaaf om in zo’n bad te gaan met aan de voeten de Noordelijke IJszee. Even een kaartje kopen en dan kunnen we heerlijk relaxt in het bad gaan liggen of zitten.



IJsland kent een heel ritueel voor het baden. Bij binnenkomst moeten eerst de schoenen uit en dan mag je door naar de kleedkamer. De volgende stap is je van top tot teen wassen naakt, zwembroek weer aan en naar het bad. En dames en heren gescheiden bij dit ritueel. Dit gebeurd in ieder zwembad of heitir pottar. 


Na een uur heerlijk genieten lunchen we op een paar stammen die hier in massa’s aan spoelen uit het Russische Siberië.




Voorzichtig beginnen we aan de terugweg. Het is inmiddels ook wat drukker op het pad. Door het lange weekend nemen veel IJslanders de kans om er op uit te gaan en dat merk je best. Op sommige stukken mag je 80 km per uur rijden wat voor mij veel te hard is. Bij 60 km per uur houdt het voor mij al op. Na drie uur over zo’n pad crossen, zitten mijn nieren richting mijn nek.

Op een gegeven moment zien we op het pad een tasje liggen en een zonnehoed. We stoppen en rapen het op. Dit is waarschijnlijk van een motorrijder die dat is verloren. We besluiten het af te geven bij het enige openbare gebouw wat op zondag open is, het hotel in Djúpavik. De inhoud van het tasje is een scheerapparaat plus oplader en haargel en een zeepje, dus niet al te spannend. We hopen dat de rechtmatige eigenaar het terug krijgt, meer kunnen we er niet aan doen. Nu de zon schijnt is de aanblik totaal anders als vanmorgen. Mooi licht zodat we prachtige foto’s en film opnamen kunnen maken.


En zoals op de heenweg hebben we terug ook weer 3 uur nodig voor de terugweg. Als we op de camping aankomen, staan er nog maar twee tentjes en een camper, de rest is met de noorderzon vertrokken.